Groenten: een perfecte aanvulling op de dagelijkse voeding van jouw hond

In groenten zitten niet alleen belangrijke vitamines, mineralen en enzymen, er zitten ook tal van actieve plantenstoffen in die de gezondheid van onze hond een boost kunnen geven.
Bijna alle groenten bevatten flavonoïden. Flavonoïden zijn een categorie van fytonutriënten en zijn verantwoordelijk voor de kleur in planten. De meeste flavonoïden werken als antioxidant en vangen aldus de vrije radicalen om deze onschadelijk te maken. Aangezien vrije radicalen voor het ontstaan van ziekten kunnen zorgen, zijn flavonoïden zeer effectief werkende ziektevoorkomende stoffen.
Bovendien bevat groente ook veel voedingsvezels met prebiotische eigenschappen. Voedingsvezels (kortweg vezels) is de verzamelnaam voor een diverse groep koolhydraten die niet door de dunne darm worden verteerd of opgenomen. De prebiotica vezels passeren de dunne darm en pas wanneer de voedingsvezels de dikke darm bereiken, worden ze opgelost en omgezet in korte-keten vetzuren die belangrijk zijn voor de gezondheid van de darmwand. Dit proces staat ook bekend als fermentatie.

Bacteriën gebruiken deze prebiotica vezels in feite als voedsel, de groei van goede bacteriën in de darmen wordt gestimuleerd.


Hoe groenten voeren?

Groentes worden alleen goed verteerd als je ze pureert of kort kookt of stoomt. Het pureren of koken van groenten is noodzakelijk omdat de hond niet in staat is zelf de plantencellen af te breken. Wanneer de plantencellen heel blijven, is de hond dus niet in staat om de essentiële voedingsstoffen uit de groenten te halen en moeten we ze daarom een handje helpen.

  • Pureren: pureer rauwe groente met een staafmixer, blender of keukenmachine. Hierdoor worden de celwanden van de groente mechanisch kapot gemaakt. Je kunt meteen een grote hoeveelheid maken en dit in ijsblokjes of siliconen muffin vormpjes per portie invriezen.
  • Licht koken/stomen: kook of stoom de groente heel even. De celwanden springen open tijdens het koken en de nutriënten komen vrij om opgenomen te worden. Pureer het daarna nog met een staafmixer of blender. Ook dit kun je na het afkoelen per portie invriezen.

Er zijn groenten die je helemaal niet (rauw) mag voeren omdat deze giftig zijn voor jouw hond. Daarnaast kan het voeren van grote hoeveelheden rauwe groenten leiden tot zachte ontlasting of zelfs diarree. Je mag gerust eens variëren: soms rauw en gepureerd, soms gekookt of gestoomd. Maar kijk vooral ook altijd naar je hond: verdraagt hij een bepaalde groente niet en krijgt hij last van bijvoorbeeld buikpijn, winderigheid of diarree? Dan kan jouw hond waarschijnlijk een specifieke stof niet goed verteren en zou je deze groente moeten ontwijken.
Elke hond is anders en jouw hond kan een intolerantie hebben voor bepaalde groenten die geen probleem zijn voor andere honden.


Hoeveel groenten heeft mijn hond nodig?

Het advies is om het rantsoen van jouw hond dagelijks aan te vullen met 10-20% groenten. Of je nu brokken of vlees geeft, meng de aanbevolen hoeveelheid door het voer heen, eventueel met een beetje warm water.

Bijvoorbeeld: jouw hond eet 300 gram brok of vlees per dag. Geef dan 30 tot 60 gram groenten extra erbij.
Begin altijd met een kleinere hoeveelheid en bouw het dan langzaam op. Zo kan jouw hond aan de groenten wennen en kun jij ook goed zien hoe hij erop reageert.


Seizoensgroenten

Ik ben een voorstander om groente volgens de seizoenen te gebruiken en zoveel mogelijk biologisch.
Het grote voordeel van seizoensgroenten is dat het in eigen land verbouwd is. Het zijn verse producten die nog volop vitamines en mineralen bevatten, omdat ze worden geoogst op het moment dat ze rijp zijn en geen lange weg moeten afleggen voor ze bij ons in de winkel liggen.
Wat je gelukkig ook steeds vaker ziet en een goede ontwikkeling is, er wordt weer meer en vaker bij de lokale boeren gekocht. Veel verser is het product niet te krijgen én het is goed voor de plaatselijke/regionale economie.

Producten uit het seizoen zijn verser, lekkerder, duurzamer en ook nog eens goedkoper!

Is een tuigje altijd de betere optie?

We zien steeds meer honden met een borsttuig lopen. Op zich een goede ontwikkeling. Hondeneigenaren houden zich steeds meer bezig met het welzijn van hun trouwe vriend. Maar is elk tuig de betere optie?

Als je kijkt naar het nekgebied, dan bestaat deze uit nekwervels, banden, spieren, maar ook luchtpijp, grote bloedvaten en zenuwen. De kans dat je een van deze structuren met een halsband beschadigd, bij veelvuldig trekken aan de lijn, is groot. Helemaal bij fragiele, onbespierde pups.

Maar niet elk tuigje is de betere optie en er bestaat niet één tuig dat elke hond past.

Een goed passend tuig heeft een aantal voordelen en eigenschappen:

  • Geeft geen druk op nek, luchtwegen en overige structuren in de hals; zo voorkomt men klachten.
  • De lichaamstaal van de hond is meer natuurlijk, ontspannen en in balans.
  • Werkt positief bij interacties met mens en dier, omdat de hond geen negatieve (pijn) prikkel krijgt.
  • Biedt houvast bij het handlen van de hond.
  • Wanneer een hond al nekklachten of een zwakke achterhand heeft, zal een tuig een “must” zijn.

Waar je op moet letten:

  • Hondentuigen zijn voor honden een veiligere en gezondere optie tijdens het lopen aan de riem. Elk hondenras en dan die ene specifieke hond heeft een diverse type tuig nodig, diverse bandbreedte, diverse uitvoering. Een goed zittend hondentuig zit comfortabel qua materiaal en vorm (Y-tuig), belemmert een hond niet in zijn beweging en drukt niet op de wervelkolom, zenuwen, organen en gevoelige plekken.
  • Moeten volledige bewegingsvrijheid van de voorhand mogelijk maken en de borstkas ondersteunen; tuigjes met een horizontale band langs de borst remmen de bewegingsvrijheid van de bovenarm of drukken op de luchtwegen wanneer de band te hoog ligt.
  • Moeten met voldoende ruimte achter de oksel lopen zodat het niet gaat knellen
  • Hebben een bevestigingspunt tussen de schouderbladen ter hoogte van of net achter het zwaartepunt van de hond, opdat de hond beter vanuit de achterhand kan stuwen.
    In het meest ideale geval ligt dit ringetje niet op de rug van je hond, maar ligt hij op het materiaal van het tuigje. Je kunt je voorstellen dat het voor je hond niet prettig aanvoelt als die metalen ring, met daaraan vast de musketon van je lijn, op de wervelkolom ligt. Sommige honden vinden dit zo vervelend dat ze óf scheef gaan lopen zodat het tuigje scheef zakt óf weigeren het tuigje aan te krijgen. Let bij het bevestigen van de musketon erop dat de sluiting niet op de rug van de hond ligt, maar naar boven wijst
  • Zijn eenvoudig aan te doen, zonder een voorpoot op te hoeven tillen
  • Bij uitvallende honden: hier is het belangrijk dat het tuigje twee bevestigingspunten heeft; eentje op de rug (en zelfs nog een extra) en eentje op het borststuk. Daardoor kun je, in moeilijke situaties, de hond makkelijker wat uit balans halen en meenemen de andere kant op. Zonder dat de hond daar fysiek last van heeft.

In de praktijk ziet men vaak de volgende problemen met tuigen:

  • Slecht passende tuigen: Met als gevolg trekken in de oksel, druk op schoudergewricht, toch nog druk op luchtpijp of druk op wervelkolom.
  • Hond gaat meer trekgedrag vertonen omdat dit eenmaal makkelijker is aan een tuig.
  • Hond wordt minder enthousiast met lopen vanwege niet passend tuig.
  • Hond weet uit het tuig te ontsnappen.

Mogelijke oplossingen:

Slecht passende tuigen:
Koop een volledig op maat gemaakt tuig, zodat het altijd goed past. Het is zacht waar het contact maakt met de hond waardoor het de hond niet irriteert of pijn doet.
Bij uitvallende honden:
Niet goed zittende tuigjes kunnen irriteren of pijn veroorzaken. Dat kan bij een hond net dat laatste zetje zijn om uit te vallen. Ook kunnen ze de irritatie/pijn negatief gaan associëren met de prikkel, wat het gedrag kan verergeren
.

Hond gaat meer trekgedrag vertonen:
Gaat je hond meer trekken aan het tuig? Dit is voor zijn lijf niet goed. Met name schouders, lage rug en heupen worden hiermee teveel belast.

Een tuigje dat wordt verkocht als “anti-trektuig” kan ervoor zorgen dat de hond iets minder gaat trekken. Hoewel de fabrikant anders doet vermoeden, zijn dit geen wondermiddelen om je hond van het trekken aan de lijn af te krijgen. Het kan een (tijdelijke) oplossing zijn om een probleem met trekken aan de lijn te doorbreken, maar gebruik dit soort tuigjes alleen onder begeleiding van een kundige instructeur of gedragstherapeut! Een anti-trektuig zal zonder training geen verbetering van het trekken aan de lijn geven. De meeste honden blijven zich met zo’n tuig net zo gedragen als zonder. Trekt een hond echter veel aan de lijn, terwijl hij een anti-trektuig om heeft, dan kan hij zichzelf blesseren. De anti-trektuigen geven namelijk vaak druk op gevoelige plekken van het hondenlichaam. Het idee erachter is dat de hond wel stopt met trekken als het maar onaangenaam genoeg aanvoelt, maar de praktijk wijst anders uit.
Verkeerd gebruik kan veel kwaad doen en je probleem doen verergeren in plaats van verbeteren!
Als je wilt dat een hond stopt met trekken, zit er maar één ding op:
trainen, trainen, trainen 😉

Hond wordt minder enthousiast met lopen:
Er moet altijd eerst gekeken worden of de hond last heeft van het tuig. Daarnaast ziet men ook dat sommige honden bepaalde tuigen onprettig vinden zitten. Dan is het even zoeken naar de meest geschikte.

Signalen voor een niet passend tuig
– gapen bij het omdoen van het tuig
– de lippen likken
– weglopen als je het tuig om wilt doen
– vaker zitten tijdens de wandeling
– krabben

Hond weet uit het tuig te ontsnappen:
Ja, je hebt er Houdini’s bij zitten… Er zijn speciale tuigen die ontsnappen nagenoeg onmogelijk maken. 
Maar: Sommige van deze tuigjes hebben hun buikband heel ver naar achteren liggen. Dit heeft als voordeel dat de hond er moeilijker uit kan ontsnappen, maar als de hond dan druk op de lijn neemt, wordt de buikband in de buik getrokken. Je kunt je voorstellen dat dit niet prettig aanvoelt.
Mocht het een hond toch lukken te ontsnappen, dan kan men een politielijn aan een halsband en het tuig vast maken. De lijn aan de halsband gebruikt men dan alleen in het geval van nood.

Bronnen: Dominique Frohoff, gecertificeerd dierenfysiotherapeute en chiropractor / Dogfysion, dierenfysiotherapeut / Monique Bladder / Doggo.nl / TO BE TOUCHED – Anita Janssen-Rootering

Verantwoord belonen met een tube

Beloningstubes zijn erg handig wanneer je je hond snel, makkelijk en verantwoord wilt belonen, bijvoorbeeld tijdens het trainen of tijdens het wandelen.
De tube is ideaal in het gebruik, dus geen vieze of vette handen meer!
Door de anti-lek dop kan je hem gewoon in je jaszak of broekzak stoppen, zo heb je altijd een beloning binnen handbereik. Tijdens het trainen kan je de tube in je hand houden en je hond op het gewenste moment de beloning geven.

TreatToob+Image

Door de grote opening kun je hem makkelijk vullen met beloningen zoals yoghurt, magere kwark, smeerleverworst, smeerkaas of bijvoorbeeld gepureerd vlees. Ideaal voor honden die op een speciaal dieet staan, bijvoorbeeld wanneer ze voedselallergie hebben of af moeten vallen en je toch op een gezonde manier wilt belonen. De ingrediënten voor de vulling kies je zelf uit, dus je weet precies wat er in zit.

TIP: Mix de gewenste ingrediënten in een kom, vul deze in een (kleine) plastic zak – bijvoorbeeld een diepvrieszak of een boterhamzakje – met een rechte onderkant. Duw de inhoud van het zakje naar één van de punten toe en maak het met een draaiende beweging dicht. Zorg er daarbij voor dat alle lucht uit het zakje geperst wordt, want achtergebleven luchtbellen gaan ‘sputteren’ tijdens het spuiten. Knip van de punt van de zak een hoekje af (de grootte hangt af van de dikte van de inhoud van de spuitzak) en vul nu de beloningstube.

Wanneer je klaar bent met trainen kan je de tube in de koelkast leggen voor de volgende dag (niet langer dan 2 dagen in de koelkast bewaren), of je schroeft hem uit elkaar om schoon te maken.

Waar kan ik zo een tube kopen?

HTB1pIk7gFGWBuNjy0Fbq6z4sXXaJ

Je kunt de tubes goedkoop bij AliExpress bestellen, in verschillende kleuren en afmetingen (bestel bijv. >> hier).
De tube en sluitrand mogen in de vaatwasser, maar let op, de dop mag alleen met de hand worden afgewassen in een sopje.

(S)Makkelijk recept

Meng in een kom verse (magere) roomkaas of magere kwark met natvoer (bijv. Herrmann’s biologisch hondenvoer) en vul hiermee jouw beloningstube.
Let er even op dat je de ingrediënten goed prakt zodat de opening van de tube niet verstopt raakt.
Heeft jouw hond een lactose-intolerantie?
Gebruik dan lactosevrije yoghurt of lactosevrije kwark.

Hoeveel brokken mag mijn hond?

De energiebehoefte van volwassen honden berekenen

Een gezond gewicht is een van de belangrijkste factoren als het gaat om een goede gezondheid van jouw hond. Een te dikke hond krijgt allerlei kwaaltjes, wordt minder oud en voelt zich minder fit en fijn. Zaak dus om precies te zijn als het gaat om de hoeveelheid voer. Maar hoeveel voer moet je nou geven voor een gezond gewicht?

Om de energiebehoefte van een hond te kunnen berekenen is een overzicht van omrekenfactoren handig:

  • 1 kilocalorie (kcal) = 4,184 Joule (J)
  • 1 kilojoule (kJ) = 1000 Joule (J)
  • 1 Megajoule (MJ) = 1000 kilojoule (kJ)

Dit zijn allemaal termen die aangeven dat het om een energiewaarde gaat.

Er zijn meerdere formules om de energiebehoefte voor de hond te kunnen berekenen.
Helemaal precies is de hier gebruikte formule niet. Binnen deze formule is er geen rekening gehouden met het feit dat sommige honden van nature actief zijn en anderen niet. Sommige hondenrassen zijn van nature veel energieker dan andere rassen. Een Jack Russell bijvoorbeeld is een actief ras; een Shih Tzu is van nature veel relaxter. Hoewel beide rassen dus ongeveer even groot zijn verbruikt de Jack Russell veel meer energie. Daarnaast spelen ook de leeftijd, de weersomstandigheden, stress en ziektes en ook het soort vacht een rol in het exact berekenen van de energiebehoefte. De hier gebruikte formule is dus enkel een indicatie.

Energiebehoefte (ME) = 0,5 MJ per kg lichaamsgewicht0,75

De uitkomst van de formule geeft het dagelijks gebruik van metaboliseerbare energie (ME) weer in MJ (Megajoules).
Het onderdeel van de formule, kg lichaamsgewicht0,75, heeft te maken met het feit dat kleine honden per kilogram (kg) lichaamsgewicht meer energie gebruiken dan grote honden. Dit komt doordat kleine honden in verhouding tot grote honden meer lichaamsoppervlakte en minder inhoud hebben en daardoor sneller afkoelen.

We vullen de formule in met als voorbeeld een hond van 20 kg:
0,5 MJ x 200,75 = 4,73 MJ ME per dag

Hoeveelheid voer per dag berekenen

Om te bepalen hoeveel voer een hond moet eten om aan zijn dagelijkse behoefte te voldoen, is de volgende regel van toepassing (let op dat binnen een berekening steeds eenzelfde eenheid wordt gebruikt, dus alles in kilojoule, of alles in megajoule):

Voer (kg) = Energiebehoefte (MJ) / energiegehalte per kg voer (MJ)
Dus hoeveelheid voer per dag (kg) = energiebehoefte van de hond per dag (ME) in MJ gedeeld door het energiegehalte per kg voer in MJ.

Hieronder vindt je een rekenvoorbeeld voor een volwassen hond. Houd er dus rekening mee dat dit gemiddelde behoeften zijn en dit per hond kan verschillen!
Let goed op de conditie van jouw hond, weeg hem regelmatig om te zien of hij afvalt of aankomt, en pas de hoeveelheid voer die je geeft daar op aan.

Hoeveelheid voer volwassen hond

Als voorbeeld nemen we weer een hond van 20 kg. Om te bepalen hoeveel voer deze hond (gemiddeld) mag eten per dag, maken we de volgende berekening:

Droogvoer

Uit de vorige berekening voor de energiebehoefte kwam naar voren dat een volwassen hond van 20 kg per dag 4,73 MJ binnen moet krijgen.
Een gemiddeld droogvoer bevat per kg 15 MJ aan energie (voorbeeld, dit verschilt per merk!).

Voer (kg) = Energiebehoefte (MJ) / energiegehalte per kilo voer (MJ)
⇒ 4,73 MJ gedeeld door 15 MJ per kg voer = 0,315 kg oftewel 315 gram voer p. dag

Een hond van 20 kg mag dus (in dit rekenvoorbeeld) per dag 315 gram van deze brokken binnenkrijgen.

Heb jij je rekenmachine er al bij gepakt? 😉