3 tips voor een gezonde en glanzende hondenvacht

De lente is in aantocht en wanneer de temperaturen beginnen te stijgen, zal je hond meer haar gaan verliezen. Tijdens het overschakelen naar de zomervacht, neemt het haarverlies toe en is je hond in de rui. De dikke wintervacht maakt plaats voor een dunnere vacht met een ademende bovenvacht.
Veel honden verharen probleemloos, maar het komt ook regelmatig voor dat honden hier meer moeite mee hebben en maanden bezig zijn om door de rui heen te komen. Het verharen kost je hond ook energie en het komt vaak voor dat je hond hierdoor in deze periode wat minder energiek en fit is en vatbaarder voor kwaaltjes.
Gelukkig zijn er een aantal simpele maatregelen die je kunt nemen om je hond te helpen.

Voedingsstoffen voor een glanzende vacht en gezonde huid

B-vitaminen
Ooit werd er gedacht dat er maar één vitamine B was, maar deze bleek uit meerdere afzonderlijke vitamines te bestaan. Er zijn maar liefst 8 verschillende B-vitamines en die kregen allemaal een ander cijfer:
B1 (thiamine), B2 (riboflavine), B3 (niacine, nicotinezuur, nicotinamide), B5 (pantotheenzuur), B6 (pyridoxine), B8 (biotine), B11 (foliumzuur) en B12 (cobalamine). Deze 8 B-vitaminen vormen een hecht team en zijn deels van elkaar afhankelijk om hun gunstige invloed uit te kunnen oefenen in het hondenlichaam.

B-vitamines, in voeding aanwezig in onder meer vlees, volkoren granen, fruit, groenten, ei en zuivel, hebben een grote reeks effecten en zijn van belang voor de normale functie, ontwikkeling en onderhoud van het hondenlichaam. Vrijwel alle vitaminen uit de B-groep zijn voor gezonde haren belangrijk. Vooral vitamine B3 (niacine / nicotinezuur), B5 (pantotheenzuur), B6 (pyridoxine) en B8 (biotine) zijn essentieel voor de haargroei, doordat ze een belangrijke rol spelen bij de stofwisseling in de haarwortels.
De wateroplosbare vitamines worden in beperkte mate in het hondenlichaam opgeslagen; dagelijkse inname van voldoende hoeveelheden van deze vitamines is daarom belangrijk.

Tip 1
Geef jouw hond wat extra B-vitaminen! Het toevoegen van een Vitamine Bcomplex aan het rantsoen van jouw hond zorgt voor een gezonde huid en vacht en ondersteunt de goede werking van de stofwisseling en het zenuwstelsel.
Daarnaast kun je ook wekelijks 1 tot 2 rauwe eidooiers (het liefst biologisch) toevoegen aan de voeding van jouw hond, want in de eidooier zit onder andere vitamine B2, B5, Biotine en B12.


Zink
Zink is één van de belangrijkste spoorelementen en speelt een belangrijke rol in het immuunsysteem, wondgenezing, de reproductie, groei en ontwikkeling, bloedstolling, de functie van de schildklierhormoon en insuline.
Het sporenelement zink heeft verschillende functies met betrekking tot de haren. Niet alleen is het verantwoordelijk voor de regeneratie van de haarcellen, ook zorgt het ervoor dat de haren sneller groeien. Zink speelt een rol bij de vorming van keratine en beschermt de haarwortels tegen ontstekingen. Bovendien wordt zink bij de collageenontwikkeling gebruikt, die voor het bindweefsel zorgt waarin de haarwortels zich bevinden.

Het hondenlichaam heeft geen opslagmogelijkheden voor zink en daarom is een dagelijks toereikende inname belangrijk. Rood vlees, lever en in iets mindere mate gevogelte, vis, kaas (vnl. Edammer en Goudse kaas), noten en zaden zijn goede natuurlijke zinkbronnen.

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid zink voor de gezonde volwassen hond is ca. 1 mg/kg lichaamsgewicht per dag*.
Langharige honden hebben tijdens de rui een verhoogde behoefte aan zink en enkele rassen waaronder de Siberische Husky, kunnen problemen hebben met de opname van zink uit de voeding (zink-responsieve dermatose).

Tip 2
Krijgt jouw hond een zelf samengesteld dieet, bijvoorbeeld KVV (zonder premix) of BARF, dan kunnen supplementen afgestemd op de individuele behoefte van de hond een noodzakelijke aanvulling zijn. Op die manier voorkom je tekorten aan zink en andere belangrijke vitaminen en mineralen.
Sesamzaad, pompoenzaad en zonnebloempitten zijn rijk aan zink en een gezonde toevoeging aan het rantsoen van jouw hond. Voor een optimale verteerbaarheid kun je met een (elektrische) koffiemolen de zaden gemakkelijk vermalen en vermengen met het eten.

* Univ.-Prof. Dr. Jürgen Zentek: “Ernährung des Hundes”


Essentiële vetzuren
Essentiële vetzuren zijn van belang voor een optimale gezondheid, maar het hondenlichaam kan ze niet zelf aanmaken. Het is dan ook belangrijk dat honden deze vetzuren voldoende met de voeding binnenkrijgen. Tot deze groep van essentiële vetzuren behoort het omega-3-vetzuur alfa-linoleenzuur (ALA) en het omega-6-vetzuur linolzuur (LA). Andere belangrijke omega-3 vetzuren zijn eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA). EPA en DHA staan vooral bekend als visvetzuren.
Vissen kunnen EPA en DHA niet zelf maken, maar halen die weer uit algen. Honden kunnen wel zelf EPA en DHA aanmaken uit ALA, maar dit levert slechts een kleine hoeveelheid EPA en DHA op. Het is dus efficiënter direct EPA en DHA op te nemen uit vis(olie).

Wat bijna nog belangrijker is voor de gezondheid van je hond dan de hoeveelheid vetzuren, is de verhouding van omega-3 en omega-6 vetzuren. Deze moet in balans zijn. Omega-6 vetzuren zijn in het algemeen rijkelijk aanwezig in de voeding. De verhouding van omega-6-vetzuren : omega-3-vetzuren ligt al snel rond 20:1.
De meest optimale verhouding omega-6 vetzuren: omega-3 vetzuren is echter maximaal 4:1.

Tekorten aan essentiële vetzuren zijn het duidelijkst waarneembaar ter hoogte van de huid en zorgen voor een vertraagde wondheling, een droge en doffe vacht, kale plekken, schilferige huid en een verandering in het vetlaagje op de huid.

Een nadeel van onverzadigde vetzuren is dat ze buitengewoon gevoelig zijn voor oxidatie. Om deze reden zijn veel Omega 3-oliën vaak maar beperkt houdbaar. Bedorven olie in het voer kan juist ontstekingen in het lichaam doen toenemen!
Kies daarom een olie verpakt in een kleine donkere (liefst glazen) fles. De olie moet na opening altijd goed afgesloten in de koelkast worden bewaard en in 8 tot 12 weken worden verbruikt.

Zalmolie
Zalmolie wordt veel gegeven om verharen, problemen met de gewrichten of een droge huid en schilfers te voorkomen. Maar goedkope geraffineerde zalmolie van gekweekte zalm kan restanten van medicijnen bevatten en kunnen er verontreinigingen optreden in de zalm als gevolg van verontreinigd voer en giftige zware metalen doordat de oceanen flink verontreinigd zijn. Daarnaast bevat kweekzalm een minder ideale omega 3/6-verhouding.

TIP 3
Wilde vette vis, zoals haring, sardientjes, ansjovis, zalm of makreel, is een hele goede bron van EPA en DHA. Maar vergewis je van de kwaliteit van de visolie en of de visolie afkomstig is uit duurzame en volledig traceerbare visserij.
Geef visolie bij voorkeur in een kuur van 6 weken en afwisselend met bijvoorbeeld (koude persing) plantaardige oliën zoals lijnzaadolie, hennepzaadolie of tarwekiemolie.
Afhankelijk van het gewicht van de hond kun je i.p.v. visolie wekelijks een blikje sardientjes in water geven.

Update voer-analyse januari

Inmiddels heb ik contact gehad met de klantenservice van Raw4Dogs omtrent mijn vragen over het jodium-gehalte van de zeewier en de toegevoegde vitamines en mineralen.
Ik ben blij verrast door de openheid van Raw4Dogs, het aangename contact en de uitgebreide informatie die ik heb ontvangen en die ik hier graag met jullie wil delen.


Heb jij de vorige analyse gemist? Lees het bericht dan hier:

Voer-Analyse januari 2020

Bij deze Voer-Analyse ga ik uit van een gezonde hond met een gemiddelde energiebehoefte. Er wordt in deze Voer-Analyse geen rekening gehouden met additioneel gevoerde snacks, beloningsbrokjes en supplementen.Ik gebruik voor deze analyse de analytische bestanddelen en nutritionele toevoegingsmiddelen (= lijst van toevoegingen) die op het etiket staan of die ik op de website van … Meer lezen over Voer-Analyse januari 2020

Mijn vragen werden direct doorgestuurd aan de nutritioniste die verantwoordelijk is voor de recepten en kwaliteit van de R4D producten. Hierbij het antwoord van R4D op het jodium-gehalte van de zeewier:

Het jodium gehalte van ons zeewier is 0.8mg/kg volgens de spec.
Dus 8 mg/100g 5gram zeewier in 500gram R4D dus 0,08*5=0,4g Jodium = 400mcg/dag
Ter aanvulling: Er zijn heel veel soorten zeewier. Helaas kan je niet alle soorten over een kam scheren. Wij gebruiken biologisch knotswier (ASCOPHYLLUM NODOSUM) deze heeft volgens haar site 69mg/100g dus dan zouden we nog hoger uit komen. Wel is het zo dat drogen zorgt dat er veel jodium verloren gaat. Ook zegt de site die zij gebruikt zelf het volgende: Het jodium gehalte neemt overigens snel af bij blootstelling aan (vochtige) lucht of water. Dit heeft dus ook effect in het product. Want vlees is vochtig.

Ook op mijn vraag over de samenstelling van de ‘vitaminen en mineralen mix’ heb ik een antwoord gehad. Om concurrentieredenen kan R4D de exacte samenstelling niet zo in zijn geheel vrijgeven, maar de informatie die ze wél konden geven is voor mij voldoende.
In mijn mail aan R4D gaf ik namelijk aan dat ik in de voeding een bron mis voor vitamine A, vitamine D, vitamine E en een aantal B vitamines. Ook wou ik zeker weten dat zink, koper en mangaan in de juiste hoeveelheid aanwezig is.
Hierbij het antwoord van Raw4Dogs:

Ik kreeg van mijn collega te horen dat deze vitamines en de gehaltes op de verpakking staan (hetgeen dat wij toevoegen). Wat we toevoegen is ook weer gebaseerd op de analyses die we doen (en dus de gehaltes die erin zitten). Bepaalde B (met name B1, B4 en B12) vitamines halen bijvoorbeeld bij lange na einde THT niet door de achteruitgang door het vries/bewaarproces. Natuurlijke vitamines zijn namelijk niet stabiel genoeg, vandaar dat deze altijd gesupplementeerd moeten worden in rauwe voeding.

Dit betreft het label van de “Chicken” mix, maar ik ga er van uit dat deze
toevoegingsmiddelen ook worden gebruikt in de “Beef & Chicken” mix.

Dit zijn de B vitamines die door R4D worden toegevoegd aan de rauwe vlees voeding:

  • Vit. B1 Thiamine mononitraat
  • Vit. B2 Riboflavine                                 
  • Vit. B3 Niacine (3a315)                        
  • Pantotheenzuur, (Calcium-D pantothenaat)
  • Vit. B6 Pyridoxine (3a831)                 
  • Vit. B12 Cyanocobalamine                 
  • Biotine (3a880)                                         
  • Vit. B4 Choline Chloride (3a890)        
  • Vit. B9 Foliumzuur (3a316)

Mineralen (update)

We zien nu dat de mineralen ijzer, koper, zink, mangaan en ook het jodium-gehalte in de juiste hoeveelheid aanwezig zijn in de voeding. Ik heb niet voldoende informatie om het magnesium gehalte te beoordelen maar ik neem aan dat dit door R4D zelf wordt geanalyseerd en dus voldoende aanwezig is in de voeding.
Wil je toch nog natuurlijke bronnen van magnesium toevoegen aan het rantsoen, dan zou je de voeding aan kunnen vullen met havermout, quinoa, tarwezemelen, pompoenpitten en biergist.

Ook natrium, kalium en chloride zouden voldoende aanwezig moeten zijn.

Vitaminen (update)

Door de toevoegingen van R4D aan de voeding zijn de vetoplosbare vitamines A, D en E in de juiste hoeveelheid aanwezig.
De wateroplosbare B vitamines zijn volgens R4D ook allemaal toegevoegd aan de mix en ik vertrouw er op dat deze daarom in voldoende mate aanwezig zijn.


Met de aanvullende informatie krijg ik al een geheel andere uitslag van de voer-analyse en durf ik nu ook te zeggen dat dit inderdaad een complete KVV voeding betreft.
Enkel het hoge calcium gehalte blijft een punt van aandacht en het is zeker aan te raden, vooral bij oudere honden, om 1 keer per jaar een bloed- en urineonderzoek te laten doen om eventuele gezondheidsklachten uit te sluiten of op tijd op te sporen.
Het advies om verschillende soorten af te wisselen blijft bestaan, maar je kunt wel binnen het merk blijven. Dit is zeker een voordeel als jouw hond goed reageert op de voeding van Raw4Dogs en je daarom niet over wilt stappen op een ander merk.


Rantsoen controle en optimalisatie

Ik kan ook voor jou controleren of het door jou gevoerde rantsoen het volledige nutriëntenaanbod biedt zodat er op (lange) termijn geen overmaat of tekorten van nutriënten kunnen ontstaan. Zo kunnen eventuele voedingsfouten worden gedetecteerd en geoptimaliseerd.
Van pup tot senior, ik kan jou vertellen of het door jou gekozen (commerciële) hondenvoer voor jouw hond geschikt is.

Zo nodig geef ik advies voor de juiste aanvulling voor een complete en gebalanceerde voeding om jouw hond in zijn dagelijkse behoefte te voorzien. Past de huidige voeding niet bij jouw hond dan help ik jou uit te zoeken wat een geschikte voeding is, welke merken aan de juiste criteria voldoen en passen bij jouw wensen en mogelijkheden.

www.canibalance.nl


Aansprakelijkheid
CaniBalance is niet aansprakelijk voor de gevolgen van misinterpretatie van de informatie van deze Voer-Analyse. Alle informatie over de analytische bestanddelen en toevoegingen zijn enkel bedoeld voor informatieve doeleinden en kunnen een bezoekje aan de dierenarts niet vervangen. Aanbevelingen van CaniBalance dienen enkel gezien te worden als richtlijnen en kunnen niet bekeken worden als even geschikt voor alle honden.

Onze hond. Een carnivoor of een omnivoor?

Het hondenvoeding dilemma onder de loep genomen.


Deel 1 De orde der roofdieren (Carnivora)

De hond behoort tot de orde van de roofdieren (Carnivora, Latijn voor vleeseters).
De orde van de roofdieren (land- en zeeroofdieren) bestaat uit meer dan 250 soorten en is een orde van zoogdieren die voornamelijk vlees eten.
Katachtigen (Felidae) hebben zich het meest aangepast aan een vleesetend dieet, terwijl beren (Ursidae) over het algemeen alleseters (omnivoren) zijn, met een voorkeur voor plantaardig voedsel. Uitzonderingen zijn de reuzenpanda, die vrijwel uitsluitend bamboe eet, en de ijsbeer, die zelden plantaardig voedsel eet en zich voedt met voornamelijk zeehonden en vis.

De vos (Vulpes vulpes), ook wel gewone of rode vos genoemd, behoort tot de meest verspreide roofdieren in Europa en ook hij is systematisch ingedeeld in de orde van de roofdieren. Zijn prooien zijn meestal kleine en middelgrote prooidieren, zoals grote kevers, muizen en andere knaagdieren, konijnen, hazen, vogels en eieren, regenwormen en egels. Ook vruchten en bessen (vooral bramen) worden gegeten evenals aas en afval. De vos is dus een omnivoor maar vooral ook een (voedsel-) opportunist. Hij profiteert van de menselijke aanwezigheid in het landschap. Als er in de natuur voor hem niet veel valt te halen, dan weet hij zijn kostje wel bij elkaar te scharrelen bij (kinder)boerderijen, afvalbakken bij patatkramen, in woonwijken of in parken.

De wolf (Canis lupus) is een specialist wat betreft prooidieren. In roedelverband wordt bij voorkeur gejaagd op de grotere hoefdieren, zoals elanden, bizons en muskusossen, edelherten, reeën en wilde zwijnen, afhankelijk van het aanbod in een gebied. Hij eet tevens knaagdieren, haasachtigen en vogels, maar ook aas en afval. Bij een onderzoek naar het menu van Pools-Duitse wolven bleek dat ree ongeveer de helft van het menu beslaat, edelhert dertig procent en wild zwijn ongeveer vijftien procent. Kleinere dieren beslaan slechts vijf procent van het menu. In Scandinavië bestaat de prooi in de winter voornamelijk uit reeën en in de zomer uit (jonge) elanden.
Analyse van de prooien die geconsumeerd worden door wolven wijst uit dat de nutriëntensamenstelling van het dieet van de wolf bestaat uit 52% eiwit, 47% vet en 1% koolhydraten op energiebasis (Hendriks, 2013). Wolven zijn te typeren als carnivoren met een verwaarloosbare opname van plantaardig materiaal (Bosch et al. 2014) en kunnen zich aanpassen aan zogenaamde periodes van ‘feast and famine’ of ‘feestmaal en schaarste’.

Conclusie
Binnen de orde der roofdieren (Carnivora) zijn er dus dieren die vlees of vis bemachtigen door actieve jacht maar waar ook plantaardige materialen en insecten een deel van het dieet vormen. Bij sommige groepen een belangrijk en in zeldzame gevallen zelfs een exclusief deel.

Bronnen: Wikipedia, Google, https://lib.ugent.be/

Pompoen – de oranje herfstheld

Het is echt weer pompoenentijd. Je ziet ze overal liggen. Het leuke is dat pompoenen gewoon op Nederlandse grond groeien en dus niet van ver hoeven te komen. Lekker lokaal dus en een verantwoorde keuze in oktober. Pompoen is een vrucht en maakt onderdeel uit van het geslacht Cucurbita, net als komkommer en courgette. Ze zijn er in vele soorten en maten, de meest bekende is de ronde oranje pompoen.

Dat pompoen super gezond is voor mensen weten we inmiddels al een tijdje, maar wist je ook dat pompoen heel gezond is voor onze viervoeters?

In pompoen zitten veel gezonde vitamines en mineralen. Daarnaast zijn pompoenen een grote bron van vezels en bevatten ze weinig vet. Hierdoor is pompoen een zeer geschikt tussendoortje en/of aanvulling op de voeding van jouw hond.

Immuunbooster
Deze typische herfstgroente zit vol vitamines en mineralen die de weerstand van jouw hond een boost geven. Om precies te zijn vitamine A, C, E, K, B6, B11 (foliumzuur) en mineralen zoals kalium, calcium, magnesium, ijzer en fosfor. Al deze voedingstoffen helpen om de natuurlijke afweer van jouw hond te versterken.

Gezonde ogen
Vooral de oranje pompoen zit – net als wortel – vol met bètacaroteen wat in het hondenlichaam wordt omgezet naar vitamine A. Deze vitamine is vooral goed voor de ogen en verbetert het gezichtsvermogen.

Goed voor het hart
Pompoen bevat daarnaast verschillende voedingstoffen die de gezondheid van het hart ondersteunen. Denk aan kalium, dat een gunstige invloed heeft op de bloeddruk. Maar vergeet ook de antioxidanten in pompoen niet. Pompoen bevat diverse antioxidanten die helpen voorkomen dat slecht LDL cholesterol gaat oxideren en zich aan de vaatwanden gaat hechten, zodat deze vernauwen. Pompoen draagt er dus aan bij dat het bloed goed kan blijven stromen.

Gezonde darmflora door vezels
Pompoenen zitten bom vol vezels en nuttige mineralen en kan helpen bij diarree of juist constipatie. Deze vezels heeft het hondenlichaam ook nodig voor het in top conditie houden van de darmflora. De goede bacteriën in de darmen hebben de vezels nodig als voeding. Door goed voor deze bacteriën te ‘zorgen’, verklein je het risico dat de slechte bacteriën in de darmen de overhand krijgen.
Deze balans in de darmflora is belangrijk voor het immuunsysteem, de opname van voedingsstoffen en het beschermen van het hondenlichaam tegen gifstoffen.

Bij overgewicht
Honden met overgewicht worden vaak op een dieet gezet om op die manier geleidelijk aan gewicht te verliezen. Wat je dan vaak ziet is dat de hond vervolgens enorme trek heeft. Je kunt dit merken aan een onstuitbare drang om alles wat los en vast zit te op te eten. Sommige honden kunnen ook misselijk worden van een lege maag. Het voeren van extra pompoen kan dan helpen. Het is niet dik makend, maar geeft wel een gevoel van verzadiging en is een gezonde aanvulling.

Pompoenen zijn dus echt superfood!

Met het navolgende recept kan jouw hond deze herfst lekker van deze veelzijdige vrucht genieten! De pompoensoep is extra gezond en smakelijk dankzij de knolselderij, gember en kokosmelk.

Knolselderij
Een aantal eeuwen geleden was selderij vooral geliefd vanwege zijn geneeskracht. De plant prijkte in de kloostertuinen, onder andere vanwege zijn vochtafdrijvende werking en werkt aldus gunstig op nier- en blaasziekten en als middel tegen nierstenen en niergruis.
Zijn typische smaak dankt de knolselderij overigens aan het hoge gehalte aan etherische oliën. De knol produceert deze “terpenen” om tijdens de groei bacteriën, schimmels en andere natuurlijke vijanden te verjagen. Deze terpenen hebben ook in het slijmvlies van de hond gedurende een lange periode een antibacteriële en schimmeldodende werking.


Gember
Al meer dan 2000 jaar wordt gember ingezet in Ayurvedische en Chinese geneeskunde bij pijn, ontsteking, reuma en aandoeningen van het bewegingsapparaat. Gember is daarnaast een uitstekend kruid voor de maag. Het heeft een versterkende invloed en een krampwerende werking op de spijsvertering en er is veel onderzoek gedaan naar het gebruik van gember om misselijkheid tegen te gaan. Gember warmt het lichaam van binnenuit op. Extra fijn dus met het koudere weer!


Kokosmelk
Kokosmelk bevat veel calorieën. Ongeveer 93 procent van de calorieën bestaat uit vet, waaronder verzadigde vetten, ook wel bekend onder hun Engelse afkortingen MCT (Medium Chain Triglycerides). Net als bij mensen zouden de MCT’s de stofwisseling van honden kunnen verhogen, kan het een hoger niveau van energie en vitaliteit geven en ondersteunend werken op de weerstand. Het toevoegen van bescheiden hoeveelheden kokosmelk in het voedingspatroon van jouw hond kan dus goed zijn voor de gezondheid.
TIP: kies alleen kokosmelk die bestaat uit koksmelk en wat water. Mijd de soorten die een langere ingrediëntenlijst hebben dan deze twee.


Wat heb je nodig?

  • 1 kleine (biologische) pompoen
  • ca. 3 cm verse gember wortel
  • 150 gram knolselderij
  • 750 ml water
  • 125 ml kokosmelk
  • 1 snufje zout
  • kokosolie

Hoe maak je de soep?

  • Snijd allereerst de pompoen en de knolselderij in blokjes. Snipper de gember fijn.
  • Zet een grote soeppan op het vuur. Smelt hierin een eetlepel kokosolie en fruit hierin de gember. Doe de blokjes pompoen en knolselderij erbij. En bak even kort mee.
  • Voeg het water en het zout eraan toe (zet de groente net aan onder water). Breng aan de kook, zet het vuur laag en laat twintig minuten zachtjes koken.
  • Haal de pan van het vuur en pureer de soep met een staafmixer glad.
  • Voeg de kokosmelk toe en verwarm de soep nog even, maar laat haar niet meer koken. Vind je de soep te dik? Voeg er dan nog wat extra water aan toe.

Nu nog even laten afkoelen tot het handwarm is en klaar!
De pompoensoep kun je gewoon over het voer geven of als tussendoortje voeren. Je mag het dagelijkse rantsoen van jouw hond met 10-20% pompoensoep aanvullen.
Bewaar de overgebleven soep in Tupperware-bakken. Je kunt ook delen invriezen voor later gebruik.
Of je voegt er nog wat zout, peper en kruiden aan toe en geniet zelf ook van deze overheerlijke pompoensoep!

Is een tuigje altijd de betere optie?

We zien steeds meer honden met een borsttuig lopen. Op zich een goede ontwikkeling. Hondeneigenaren houden zich steeds meer bezig met het welzijn van hun trouwe vriend. Maar is elk tuig de betere optie?

Als je kijkt naar het nekgebied, dan bestaat deze uit nekwervels, banden, spieren, maar ook luchtpijp, grote bloedvaten en zenuwen. De kans dat je een van deze structuren met een halsband beschadigd, bij veelvuldig trekken aan de lijn, is groot. Helemaal bij fragiele, onbespierde pups.

Maar niet elk tuigje is de betere optie en er bestaat niet één tuig dat elke hond past.

Een goed passend tuig heeft een aantal voordelen en eigenschappen:

  • Geeft geen druk op nek, luchtwegen en overige structuren in de hals; zo voorkomt men klachten.
  • De lichaamstaal van de hond is meer natuurlijk, ontspannen en in balans.
  • Werkt positief bij interacties met mens en dier, omdat de hond geen negatieve (pijn) prikkel krijgt.
  • Biedt houvast bij het handlen van de hond.
  • Wanneer een hond al nekklachten of een zwakke achterhand heeft, zal een tuig een “must” zijn.

Waar je op moet letten:

  • Hondentuigen zijn voor honden een veiligere en gezondere optie tijdens het lopen aan de riem. Elk hondenras en dan die ene specifieke hond heeft een diverse type tuig nodig, diverse bandbreedte, diverse uitvoering. Een goed zittend hondentuig zit comfortabel qua materiaal en vorm (Y-tuig), belemmert een hond niet in zijn beweging en drukt niet op de wervelkolom, zenuwen, organen en gevoelige plekken.
  • Moeten volledige bewegingsvrijheid van de voorhand mogelijk maken en de borstkas ondersteunen; tuigjes met een horizontale band langs de borst remmen de bewegingsvrijheid van de bovenarm of drukken op de luchtwegen wanneer de band te hoog ligt.
  • Moeten met voldoende ruimte achter de oksel lopen zodat het niet gaat knellen
  • Hebben een bevestigingspunt tussen de schouderbladen ter hoogte van of net achter het zwaartepunt van de hond, opdat de hond beter vanuit de achterhand kan stuwen.
    In het meest ideale geval ligt dit ringetje niet op de rug van je hond, maar ligt hij op het materiaal van het tuigje. Je kunt je voorstellen dat het voor je hond niet prettig aanvoelt als die metalen ring, met daaraan vast de musketon van je lijn, op de wervelkolom ligt. Sommige honden vinden dit zo vervelend dat ze óf scheef gaan lopen zodat het tuigje scheef zakt óf weigeren het tuigje aan te krijgen. Let bij het bevestigen van de musketon erop dat de sluiting niet op de rug van de hond ligt, maar naar boven wijst
  • Zijn eenvoudig aan te doen, zonder een voorpoot op te hoeven tillen
  • Bij uitvallende honden: hier is het belangrijk dat het tuigje twee bevestigingspunten heeft; eentje op de rug (en zelfs nog een extra) en eentje op het borststuk. Daardoor kun je, in moeilijke situaties, de hond makkelijker wat uit balans halen en meenemen de andere kant op. Zonder dat de hond daar fysiek last van heeft.

In de praktijk ziet men vaak de volgende problemen met tuigen:

  • Slecht passende tuigen: Met als gevolg trekken in de oksel, druk op schoudergewricht, toch nog druk op luchtpijp of druk op wervelkolom.
  • Hond gaat meer trekgedrag vertonen omdat dit eenmaal makkelijker is aan een tuig.
  • Hond wordt minder enthousiast met lopen vanwege niet passend tuig.
  • Hond weet uit het tuig te ontsnappen.

Mogelijke oplossingen:

Slecht passende tuigen:
Koop een volledig op maat gemaakt tuig, zodat het altijd goed past. Het is zacht waar het contact maakt met de hond waardoor het de hond niet irriteert of pijn doet.
Bij uitvallende honden:
Niet goed zittende tuigjes kunnen irriteren of pijn veroorzaken. Dat kan bij een hond net dat laatste zetje zijn om uit te vallen. Ook kunnen ze de irritatie/pijn negatief gaan associëren met de prikkel, wat het gedrag kan verergeren
.

Hond gaat meer trekgedrag vertonen:
Gaat je hond meer trekken aan het tuig? Dit is voor zijn lijf niet goed. Met name schouders, lage rug en heupen worden hiermee teveel belast.

Een tuigje dat wordt verkocht als “anti-trektuig” kan ervoor zorgen dat de hond iets minder gaat trekken. Hoewel de fabrikant anders doet vermoeden, zijn dit geen wondermiddelen om je hond van het trekken aan de lijn af te krijgen. Het kan een (tijdelijke) oplossing zijn om een probleem met trekken aan de lijn te doorbreken, maar gebruik dit soort tuigjes alleen onder begeleiding van een kundige instructeur of gedragstherapeut! Een anti-trektuig zal zonder training geen verbetering van het trekken aan de lijn geven. De meeste honden blijven zich met zo’n tuig net zo gedragen als zonder. Trekt een hond echter veel aan de lijn, terwijl hij een anti-trektuig om heeft, dan kan hij zichzelf blesseren. De anti-trektuigen geven namelijk vaak druk op gevoelige plekken van het hondenlichaam. Het idee erachter is dat de hond wel stopt met trekken als het maar onaangenaam genoeg aanvoelt, maar de praktijk wijst anders uit.
Verkeerd gebruik kan veel kwaad doen en je probleem doen verergeren in plaats van verbeteren!
Als je wilt dat een hond stopt met trekken, zit er maar één ding op:
trainen, trainen, trainen 😉

Hond wordt minder enthousiast met lopen:
Er moet altijd eerst gekeken worden of de hond last heeft van het tuig. Daarnaast ziet men ook dat sommige honden bepaalde tuigen onprettig vinden zitten. Dan is het even zoeken naar de meest geschikte.

Signalen voor een niet passend tuig
– gapen bij het omdoen van het tuig
– de lippen likken
– weglopen als je het tuig om wilt doen
– vaker zitten tijdens de wandeling
– krabben

Hond weet uit het tuig te ontsnappen:
Ja, je hebt er Houdini’s bij zitten… Er zijn speciale tuigen die ontsnappen nagenoeg onmogelijk maken. 
Maar: Sommige van deze tuigjes hebben hun buikband heel ver naar achteren liggen. Dit heeft als voordeel dat de hond er moeilijker uit kan ontsnappen, maar als de hond dan druk op de lijn neemt, wordt de buikband in de buik getrokken. Je kunt je voorstellen dat dit niet prettig aanvoelt.
Mocht het een hond toch lukken te ontsnappen, dan kan men een politielijn aan een halsband en het tuig vast maken. De lijn aan de halsband gebruikt men dan alleen in het geval van nood.

Bronnen: Dominique Frohoff, gecertificeerd dierenfysiotherapeute en chiropractor / Dogfysion, dierenfysiotherapeut / Monique Bladder / Doggo.nl / TO BE TOUCHED – Anita Janssen-Rootering