Pompoen – de oranje herfstheld

Het is echt weer pompoenentijd. Je ziet ze overal liggen. Het leuke is dat pompoenen gewoon op Nederlandse grond groeien en dus niet van ver hoeven te komen. Lekker lokaal dus en een verantwoorde keuze in oktober. Pompoen is een vrucht en maakt onderdeel uit van het geslacht Cucurbita, net als komkommer en courgette. Ze zijn er in vele soorten en maten, de meest bekende is de ronde oranje pompoen.

Dat pompoen super gezond is voor mensen weten we inmiddels al een tijdje, maar wist je ook dat pompoen heel gezond is voor onze viervoeters?

In pompoen zitten veel gezonde vitamines en mineralen. Daarnaast zijn pompoenen een grote bron van vezels en bevatten ze weinig vet. Hierdoor is pompoen een zeer geschikt tussendoortje en/of aanvulling op de voeding van jouw hond.

Immuunbooster
Deze typische herfstgroente zit vol vitamines en mineralen die de weerstand van jouw hond een boost geven. Om precies te zijn vitamine A, C, E, K, B6, B11 (foliumzuur) en mineralen zoals kalium, calcium, magnesium, ijzer en fosfor. Al deze voedingstoffen helpen om de natuurlijke afweer van jouw hond te versterken.

Gezonde ogen
Vooral de oranje pompoen zit – net als wortel – vol met bètacaroteen wat in het hondenlichaam wordt omgezet naar vitamine A. Deze vitamine is vooral goed voor de ogen en verbetert het gezichtsvermogen.

Goed voor het hart
Pompoen bevat daarnaast verschillende voedingstoffen die de gezondheid van het hart ondersteunen. Denk aan kalium, dat een gunstige invloed heeft op de bloeddruk. Maar vergeet ook de antioxidanten in pompoen niet. Pompoen bevat diverse antioxidanten die helpen voorkomen dat slecht LDL cholesterol gaat oxideren en zich aan de vaatwanden gaat hechten, zodat deze vernauwen. Pompoen draagt er dus aan bij dat het bloed goed kan blijven stromen.

Gezonde darmflora door vezels
Pompoenen zitten bom vol vezels en nuttige mineralen en kan helpen bij diarree of juist constipatie. Deze vezels heeft het hondenlichaam ook nodig voor het in top conditie houden van de darmflora. De goede bacteriën in de darmen hebben de vezels nodig als voeding. Door goed voor deze bacteriën te ‘zorgen’, verklein je het risico dat de slechte bacteriën in de darmen de overhand krijgen.
Deze balans in de darmflora is belangrijk voor het immuunsysteem, de opname van voedingsstoffen en het beschermen van het hondenlichaam tegen gifstoffen.

Bij overgewicht
Honden met overgewicht worden vaak op een dieet gezet om op die manier geleidelijk aan gewicht te verliezen. Wat je dan vaak ziet is dat de hond vervolgens enorme trek heeft. Je kunt dit merken aan een onstuitbare drang om alles wat los en vast zit te op te eten. Sommige honden kunnen ook misselijk worden van een lege maag. Het voeren van extra pompoen kan dan helpen. Het is niet dik makend, maar geeft wel een gevoel van verzadiging en is een gezonde aanvulling.

Pompoenen zijn dus echt superfood!

Met het navolgende recept kan jouw hond deze herfst lekker van deze veelzijdige vrucht genieten! De pompoensoep is extra gezond en smakelijk dankzij de knolselderij, gember en kokosmelk.

Knolselderij
Een aantal eeuwen geleden was selderij vooral geliefd vanwege zijn geneeskracht. De plant prijkte in de kloostertuinen, onder andere vanwege zijn vochtafdrijvende werking en werkt aldus gunstig op nier- en blaasziekten en als middel tegen nierstenen en niergruis.
Zijn typische smaak dankt de knolselderij overigens aan het hoge gehalte aan etherische oliën. De knol produceert deze “terpenen” om tijdens de groei bacteriën, schimmels en andere natuurlijke vijanden te verjagen. Deze terpenen hebben ook in het slijmvlies van de hond gedurende een lange periode een antibacteriële en schimmeldodende werking.


Gember
Al meer dan 2000 jaar wordt gember ingezet in Ayurvedische en Chinese geneeskunde bij pijn, ontsteking, reuma en aandoeningen van het bewegingsapparaat. Gember is daarnaast een uitstekend kruid voor de maag. Het heeft een versterkende invloed en een krampwerende werking op de spijsvertering en er is veel onderzoek gedaan naar het gebruik van gember om misselijkheid tegen te gaan. Gember warmt het lichaam van binnenuit op. Extra fijn dus met het koudere weer!


Kokosmelk
Kokosmelk bevat veel calorieën. Ongeveer 93 procent van de calorieën bestaat uit vet, waaronder verzadigde vetten, ook wel bekend onder hun Engelse afkortingen MCT (Medium Chain Triglycerides). Net als bij mensen zouden de MCT’s de stofwisseling van honden kunnen verhogen, kan het een hoger niveau van energie en vitaliteit geven en ondersteunend werken op de weerstand. Het toevoegen van bescheiden hoeveelheden kokosmelk in het voedingspatroon van jouw hond kan dus goed zijn voor de gezondheid.
TIP: kies alleen kokosmelk die bestaat uit koksmelk en wat water. Mijd de soorten die een langere ingrediëntenlijst hebben dan deze twee.


Wat heb je nodig?

  • 1 kleine (biologische) pompoen
  • ca. 3 cm verse gember wortel
  • 150 gram knolselderij
  • 750 ml water
  • 125 ml kokosmelk
  • 1 snufje zout
  • kokosolie

Hoe maak je de soep?

  • Snijd allereerst de pompoen en de knolselderij in blokjes. Snipper de gember fijn.
  • Zet een grote soeppan op het vuur. Smelt hierin een eetlepel kokosolie en fruit hierin de gember. Doe de blokjes pompoen en knolselderij erbij. En bak even kort mee.
  • Voeg het water en het zout eraan toe (zet de groente net aan onder water). Breng aan de kook, zet het vuur laag en laat twintig minuten zachtjes koken.
  • Haal de pan van het vuur en pureer de soep met een staafmixer glad.
  • Voeg de kokosmelk toe en verwarm de soep nog even, maar laat haar niet meer koken. Vind je de soep te dik? Voeg er dan nog wat extra water aan toe.

Nu nog even laten afkoelen tot het handwarm is en klaar!
De pompoensoep kun je gewoon over het voer geven of als tussendoortje voeren. Je mag het dagelijkse rantsoen van jouw hond met 10-20% pompoensoep aanvullen.
Bewaar de overgebleven soep in Tupperware-bakken. Je kunt ook delen invriezen voor later gebruik.
Of je voegt er nog wat zout, peper en kruiden aan toe en geniet zelf ook van deze overheerlijke pompoensoep!

Is een tuigje altijd de betere optie?

We zien steeds meer honden met een borsttuig lopen. Op zich een goede ontwikkeling. Hondeneigenaren houden zich steeds meer bezig met het welzijn van hun trouwe vriend. Maar is elk tuig de betere optie?

Als je kijkt naar het nekgebied, dan bestaat deze uit nekwervels, banden, spieren, maar ook luchtpijp, grote bloedvaten en zenuwen. De kans dat je een van deze structuren met een halsband beschadigd, bij veelvuldig trekken aan de lijn, is groot. Helemaal bij fragiele, onbespierde pups.

Maar niet elk tuigje is de betere optie en er bestaat niet één tuig dat elke hond past.

Een goed passend tuig heeft een aantal voordelen en eigenschappen:

  • Geeft geen druk op nek, luchtwegen en overige structuren in de hals; zo voorkomt men klachten.
  • De lichaamstaal van de hond is meer natuurlijk, ontspannen en in balans.
  • Werkt positief bij interacties met mens en dier, omdat de hond geen negatieve (pijn) prikkel krijgt.
  • Biedt houvast bij het handlen van de hond.
  • Wanneer een hond al nekklachten of een zwakke achterhand heeft, zal een tuig een “must” zijn.

Waar je op moet letten:

  • Hondentuigen zijn voor honden een veiligere en gezondere optie tijdens het lopen aan de riem. Elk hondenras en dan die ene specifieke hond heeft een diverse type tuig nodig, diverse bandbreedte, diverse uitvoering. Een goed zittend hondentuig zit comfortabel qua materiaal en vorm (Y-tuig), belemmert een hond niet in zijn beweging en drukt niet op de wervelkolom, zenuwen, organen en gevoelige plekken.
  • Moeten volledige bewegingsvrijheid van de voorhand mogelijk maken en de borstkas ondersteunen; tuigjes met een horizontale band langs de borst remmen de bewegingsvrijheid van de bovenarm of drukken op de luchtwegen wanneer de band te hoog ligt.
  • Moeten met voldoende ruimte achter de oksel lopen zodat het niet gaat knellen
  • Hebben een bevestigingspunt tussen de schouderbladen ter hoogte van of net achter het zwaartepunt van de hond, opdat de hond beter vanuit de achterhand kan stuwen.
    In het meest ideale geval ligt dit ringetje niet op de rug van je hond, maar ligt hij op het materiaal van het tuigje. Je kunt je voorstellen dat het voor je hond niet prettig aanvoelt als die metalen ring, met daaraan vast de musketon van je lijn, op de wervelkolom ligt. Sommige honden vinden dit zo vervelend dat ze óf scheef gaan lopen zodat het tuigje scheef zakt óf weigeren het tuigje aan te krijgen. Let bij het bevestigen van de musketon erop dat de sluiting niet op de rug van de hond ligt, maar naar boven wijst
  • Zijn eenvoudig aan te doen, zonder een voorpoot op te hoeven tillen
  • Bij uitvallende honden: hier is het belangrijk dat het tuigje twee bevestigingspunten heeft; eentje op de rug (en zelfs nog een extra) en eentje op het borststuk. Daardoor kun je, in moeilijke situaties, de hond makkelijker wat uit balans halen en meenemen de andere kant op. Zonder dat de hond daar fysiek last van heeft.

In de praktijk ziet men vaak de volgende problemen met tuigen:

  • Slecht passende tuigen: Met als gevolg trekken in de oksel, druk op schoudergewricht, toch nog druk op luchtpijp of druk op wervelkolom.
  • Hond gaat meer trekgedrag vertonen omdat dit eenmaal makkelijker is aan een tuig.
  • Hond wordt minder enthousiast met lopen vanwege niet passend tuig.
  • Hond weet uit het tuig te ontsnappen.

Mogelijke oplossingen:

Slecht passende tuigen:
Koop een volledig op maat gemaakt tuig, zodat het altijd goed past. Het is zacht waar het contact maakt met de hond waardoor het de hond niet irriteert of pijn doet.
Bij uitvallende honden:
Niet goed zittende tuigjes kunnen irriteren of pijn veroorzaken. Dat kan bij een hond net dat laatste zetje zijn om uit te vallen. Ook kunnen ze de irritatie/pijn negatief gaan associëren met de prikkel, wat het gedrag kan verergeren
.

Hond gaat meer trekgedrag vertonen:
Gaat je hond meer trekken aan het tuig? Dit is voor zijn lijf niet goed. Met name schouders, lage rug en heupen worden hiermee teveel belast.

Een tuigje dat wordt verkocht als “anti-trektuig” kan ervoor zorgen dat de hond iets minder gaat trekken. Hoewel de fabrikant anders doet vermoeden, zijn dit geen wondermiddelen om je hond van het trekken aan de lijn af te krijgen. Het kan een (tijdelijke) oplossing zijn om een probleem met trekken aan de lijn te doorbreken, maar gebruik dit soort tuigjes alleen onder begeleiding van een kundige instructeur of gedragstherapeut! Een anti-trektuig zal zonder training geen verbetering van het trekken aan de lijn geven. De meeste honden blijven zich met zo’n tuig net zo gedragen als zonder. Trekt een hond echter veel aan de lijn, terwijl hij een anti-trektuig om heeft, dan kan hij zichzelf blesseren. De anti-trektuigen geven namelijk vaak druk op gevoelige plekken van het hondenlichaam. Het idee erachter is dat de hond wel stopt met trekken als het maar onaangenaam genoeg aanvoelt, maar de praktijk wijst anders uit.
Verkeerd gebruik kan veel kwaad doen en je probleem doen verergeren in plaats van verbeteren!
Als je wilt dat een hond stopt met trekken, zit er maar één ding op:
trainen, trainen, trainen 😉

Hond wordt minder enthousiast met lopen:
Er moet altijd eerst gekeken worden of de hond last heeft van het tuig. Daarnaast ziet men ook dat sommige honden bepaalde tuigen onprettig vinden zitten. Dan is het even zoeken naar de meest geschikte.

Signalen voor een niet passend tuig
– gapen bij het omdoen van het tuig
– de lippen likken
– weglopen als je het tuig om wilt doen
– vaker zitten tijdens de wandeling
– krabben

Hond weet uit het tuig te ontsnappen:
Ja, je hebt er Houdini’s bij zitten… Er zijn speciale tuigen die ontsnappen nagenoeg onmogelijk maken. 
Maar: Sommige van deze tuigjes hebben hun buikband heel ver naar achteren liggen. Dit heeft als voordeel dat de hond er moeilijker uit kan ontsnappen, maar als de hond dan druk op de lijn neemt, wordt de buikband in de buik getrokken. Je kunt je voorstellen dat dit niet prettig aanvoelt.
Mocht het een hond toch lukken te ontsnappen, dan kan men een politielijn aan een halsband en het tuig vast maken. De lijn aan de halsband gebruikt men dan alleen in het geval van nood.

Bronnen: Dominique Frohoff, gecertificeerd dierenfysiotherapeute en chiropractor / Dogfysion, dierenfysiotherapeut / Monique Bladder / Doggo.nl / TO BE TOUCHED – Anita Janssen-Rootering